Screenshots
De desktop-applicatie met het demoproject op de gesimuleerde bus. De beelden volgen het lichte of donkere thema van deze site.
Demo
Een project maken, de meting starten, de Trace met een filter, een frame met signalen en een signaal in Graphics. 36 s.
Galerij
Live Trace bij 6.000 frames/s op drie kanalen (CAN, CAN, CAN FD), met het Write-venster eronder.
Bedienpanel tijdens een meting: wijzers voor toerental en snelheid, temperatuurbalk, slider en invoerveld op signalen van de Interaction Layer, radioknoppen op een systeemvariabele.
Panel-editor met outline, werkvlak met raster en eigenschappenpaneel. De geselecteerde slider is gekoppeld aan EngineData.ThrottlePosition.
Signaalverloop met twee meetcursors en verschilwaarden, actuele signaalwaarden met minimum, maximum en gemiddelde, en busstatistiek per kanaal.
Frames handmatig, periodiek of op een toets zenden, ook CAN FD; één bericht komt uit de database. Eronder de Trace, gefilterd op verzonden frames.
Systeemvariabelen per namespace met waarde, type, bereik en eenheid. Een waarde buiten het bereik wordt vóór het schrijven gemeld.
Foutgeheugen van een gesimuleerde ECU via UDS (19 02): DTC's met statusbits en details van de geselecteerde DTC. Rechts de Simulation Setup met de restbusnodes.
Diagnoseverzoeken als dienst of als ruwe bytes, met gedecodeerde positieve en negatieve antwoorden en de details van een DID.
Grafische editor voor de Measurement Setup: meetbron, filter, trigger, logging- en weergaveblokken met verbindingen; rechts de eigenschappen van de geselecteerde trigger.
Kanaaltoewijzing per netwerk en de status van elke driver: gevonden interfaces met kanalen, CAN FD en maximale bitrate, of de naam van de ontbrekende driverbibliotheek.
Nodes op het J1939-netwerk met adres, NAME en de velden daarvan, het moment van de adresclaim en de DM1-status. Bovenaan: request, adresclaim en DM11/DM3.
Actieve foutcodes uit DM1 met lampstatus, SPN, FMI met omschrijving en occurrence count.
Een PG van 20 bytes uit een BAM-transport als één regel in de Trace, met PGN, bron- en bestemmingsadres, prioriteit en signalen.
Een ECU flashen via UDS: firmware met blokken en checksum, voortgang per stap en per blok met snelheid en resterende tijd.
Zelftest met een kanaalpaar: instellingen en checks links, rechts de uitkomst en duur per check en de gebruikte kanalen. Het rapport is als HTML op te slaan.
Per beveiligde PDU het E2E-profiel en de toestand, tellers voor verloren, herhaalde en foutieve berichten, en de SecOC-verificatie.
Een CAN XL-frame met priority ID, SDT, SEC, VCID en acceptance field; de volledige payload van 300 bytes in de hexweergave.
De editor meldt bij het openen welke delen van een DBC hij niet kan bewaren, en vraagt vóór het opslaan bevestiging met de volledige lijst.
Contextmenu van de Trace met kopiëren, markeren, filteren en export van de geselecteerde of getoonde regels naar een logbestand (BLF, ASC, MF4, PCAPNG).
Wie de meting tijdens het flashen stopt, krijgt eerst uitleg over de gevolgen voor de ECU en kiest dan pas.
Chronologische Trace met uitgeklapte signaalwaarden, een gemarkeerd bericht en een selectie.
Quickfilter
ch:1 name:Engine: alleen EngineData/EngineStatus, met gedecodeerde signalen (rpm, Nm, °C, counter, CRC).
Trace in vaste-positiemodus (één regel per ID) naast een tweede Trace.
Command palette (Ctrl+K) met fuzzy search over alle commando's.
Layouts opslaan en laden als bestand, om te delen met collega's of in versiebeheer te bewaren.
Meting gestopt: de Trace blijft doorzoekbaar en het Write-venster toont een samenvatting.
Lege werkruimte vóór de eerste meting.
Klik op een beeld om het te vergroten. Met de pijltjestoetsen bladert u verder, Esc sluit het beeld.